Bij de eerste zonnestralen is het raak: ik begin reikhalzend uit te kijken naar het festivalseizoen. Dansen in het zonnetje met een fris biertje in je hand, je kent het wel. Maar als ik heel eerlijk ben kijk ik net zo goed uit naar de momenten dat ik natgeregend in de modder staat te dansen, met pijn in mijn voeten en een lauw biertje in mijn hand. Iedere doorgewinterde festivalganger kent ze wel, die heerlijke ongemakken die festivals maken tot de avonturen die ze zijn. De dingen die je stiekem mist als het festivalseizoen nog niet is begonnen. Simpelweg omdat ze de beste herinneringen vormen. De pijn en het leed dat festivallen heet.


Gedeelde smart

De ongemakken die festivals met zich meebrengen, scheppen een band. Gedeelde smart is halve smart. Dronken op avontuur naar die smerige dixi’s wordt op een festival ineens leuk. Net als samen met je vrienden een ontbijt consumeren dat bestaat uit: bier, wat restjes chips en een Raketje tegen de dorst. En dan ’s avonds, moe, dronken, hongerig vies en stinkend met z’n allen de tent in. Het lijkt een stuk minder leuk dan het is, oftewel het is een stuk leuker dan het lijkt.

Nog even wachten

Een ander ongemak is het feit dat je je vrienden op een gegeven moment ergens op het terrein kwijt gaat raken. Maar ook dit ongemak heeft een gouden randje, want nergens maak je zo snel vrienden als op een festival. De meest random, gezellige gesprekken voer je terwijl je wacht op het begin van een optreden, of nog erger in de rij voor de wc, de bar of de muntjes. Eigenlijk bestaat festivallen voor een opmerkelijk groot deel uit wachten, maar toch zou ik ook dat voor geen goud willen missen. Want wachten betekent hilarische gesprekken met vreemd uitgedoste- of halfnaakte mensen over zo’n beetje elk onderwerp dat je kan bedenken. Soms kan dit het begin zijn van échte vriendschappen, of in ieder geval vriendschappen die een paar uur heel intens zijn. Maar ook deze vrienden raak je natuurlijk weer kwijt. Het is het lot van de festivalganger. En net als je alle hoop hebt opgegeven, komt ineens dat ene euforische moment. Het moment dat je stomdronken je vrienden weer terugvindt en je al je geweldige verhalen kan delen.

Mag ik onder jouw poncho?

Het weer is natuurlijk een belangrijke bron van gezellige ongemakken. Bij mooi weer vergeten jij en je vrienden je waarschijnlijk in te smeren, om vervolgens samen met de rest van het festival als gepijnigde kreeften rond te lopen. Dit betekent echter wel dat je gezellig elkaars rug met after-sun in mag smeren. En als het regent, dan deel je je wegwerpponcho heerlijk sociaal met Jan en alleman. Of je schuilt onder parasols, bomen of in een tent, waar je dan weer nieuwe vrienden maakt. Het is allemaal een beetje krap, maar zulke knusheid vind je niet buiten het festivalseizoen om.

Foto door: Estera Marysia (YellowTipi)

Heerlijk campingleed

En laten we niet het campingleed vergeten dat je samen deelt: niet bepaald comfortabel, wel heel leuk. Zoals jullie dappere poging om primitief eten te koken, dit uiteindelijk op te geven en toch maar duur festivaleten te kopen. Of in de stromende regen geïmproviseerde oplossingen bedenken voor je lekkende tent, je camping-buren dankbaar zijn omdat zij wél datgene hebben dat jij echt nodig hebt (een luchtbedpomp, een sigaret of een blikopener). En natuurlijk weet iedereen: de beste spontane pre- en after-party’s vinden plaats op de camping.

Laat het festivalseizoen maar komen. Want al deze ongemakken samen maken festivals tot de heerlijke plekken die ze zijn!